Staatssecretaris Blokhuis: 'Kerken maken verbinding met samenleving tijdens coronacrisis'

Staatssecretaris Paul Blokhuis. Beeld: Ministerie van VWS

Door: Kees Posthumus

De band is al gestopt, als Paul Blokhuis op de valreep zegt: “Kerken moeten wel oppassen niet arrogant te worden!”. Tijdens het interview prijst Blokhuis (1963) de inzet van kerken tijdens de coronacrisis. Als staatssecretaris voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, met onder andere GGZ en dak- en thuisloosheid in zijn pakket, is hij een van de betrokken bewindslieden tijdens de crisis. (Het interview vond plaats in juli 2020, red.)

Hoe doorstond u de coronacrisis, kerkelijk?
“Ik ben lid van Nederlands Gereformeerde Kerk, de Tabernakelkerk in Apeldoorn. Dat is een actieve gemeente met meer dan duizend leden. De kerk is, zogezegd, braaf geweest en houdt zich strikt aan de regels. Wij doen niets wat niet mag.
Onze diensten, met een band, werden live uitgezonden, met hooguit tien mensen in de kerk. Ik heb trouw gekeken, al zapte ik soms ook naar Nieuwegein, waar mijn broer Fred predikant is. Onze predikant verzorgde elke woensdag een gebedsmoment. Mooi, dat mensen wegen vonden om toch door te gaan. Omdat buiten zingen wel mag, gaat de gemeente volgende week zingen in het Orderbos. Toch blijft de online-kerkdienst een schraal alternatief. Als ik de kerkdiensten al mis, hoeveel te meer mensen die alleen zijn en weinig contacten hebben. Voor hen is dit een verdrietige tijd. Wij hebben normaal gesproken elke zondag koffiedrinken na de ochtenddienst. Toen het eenmaal mocht, werden mensen opgeroepen om bij elkaar thuis, op veilige afstand, koffie te drinken.
Ik realiseer mij dat dit navelstaarderig, binnenkerkelijk klinkt. Gelukkig zochten mensen uit de breedte van de kerken de verbinding met de samenleving. Zij zagen om naar mensen die in nood of eenzaam waren Kaartjes sturen, bellen, mailen, appen.”

Hoe hebben de kerken het gedaan tijdens de crisis?
“Kerken zijn er volgens mij goed in geslaagd de verbinding te maken met de samenleving. Zij begrijpen in deze tijd dat wij er niet alleen voor onszelf zijn, dat wij een gemeenschap in de samenleving zijn. Wij willen er zijn voor iedereen en niet alleen ons eigen feestje vieren.
Geweldig, dat de kerken zo snel met de website nietalleen.nl kwamen. Ik las op de website over een man met kanker, die in een chemokuur zat. Hij kon en wilde zo weinig mogelijk mensen zien, Maar er moesten wel boodschappen komen. Dankzij #nietalleen werd om hem heen een circuit gevormd. Hartverwarmend, dat je zo invulling geeft aan Handelingen 2: mensen die samenkomen en er voor elkaar zijn.”

De kerk was niet de enige organisatie die de verbinding zocht.
“Ik heb niet de pretentie dat kerken beter zijn dan andere organisaties. Hoewel: uit een representatieve enquête bleek dat kerkelijk actieve mensen zich meer dan niet-kerkelijk actieve mensen inzetten voor hun naasten. Daarmee zeg ik niet dat christenen betere mensen zijn. Ik ken mensen waarvan ik denk: jij hebt beter begrepen wat Jezus met het leven wilde, dan sommige mensen die in de kerk zitten. Maar het verschil blijft opvallend. Blijkbaar zit het bij mensen in de kerk tussen de oren dat zij dienstbaar moeten zijn aan hun omgeving. De beste manier om te laten zien dat wij Jezus als voorbeeld hebben, is omzien naar onze medemens. In de kerk van mijn broer schrapten ze alle collectes voor eigen doelen. Ze collecteerden alleen voor mensen in de nood, ver weg en dichtbij. Dan heb je het Evangelie goed begrepen.”

De crisis liet zien waar de kwetsbare plekken van onze samenleving zitten: psychiatrie, dak- en thuislozen, huiselijk geweld.

“Hier op het ministerie verdienen alle typen van mensen zorg aandacht. In het begin van de crisis lag de nadruk vooral op de ziekenhuizen en de verpleeghuiszorg en was er minder aandacht voor de psychiatrie en de zorg voor dak- en thuislozen. Ik heb daar de eerste weken verschillende keren op gewezen en aandacht gevraagd voor deze kwetsbare mensen en hun hulpverleners, die ook slachtoffer zijn van de crisis.
Binnen de GGZ ging gelukkig een groot deel van de behandelingen door, zij het online. Veel mensen vinden dat heel ingewikkeld. Toen face-to-face behandelingen weer meer mogelijk werden, heb ik er keer op keer bij de sector op aangedrongen: ga mensen zien! Het zit zo in de aard van de mens dat je een ander lijfelijk wilt ontmoeten. Beeldbellen blijft surrogaat.
Tegelijk realiseer ik mij dat online behandelen niet zal verdwijnen. Als het slim kan worden ingezet, met instemming van de betrokkene en in combinatie met face-to-face, prima. Dan kan het zelfs leiden tot kleinere wachtlijsten. De crisis heeft ook veel creativiteit losgemaakt en misschien het begin van nieuwe ontwikkelingen.”

Wat kon u doen voor dak- en thuislozen?
“Mijn inzet is ‘Iedereen een dak boven zijn hoofd’. Nederland telt minstens veertigduizend dak- en thuislozen. Tegen iedereen zeiden wij tijdens de crisis ‘Blijf thuis’, terwijl deze mensen niet eens een thuis hebben.
De crisis gaf een duw aan het plan om einde 2021 tienduizend nieuwe woonplekken te maken voor mensen die dak- en thuisloos zijn. Wij werken hierin samen met Binnenlandse Zaken en Sociale Zaken, er is 200 miljoen extra beschikbaar.
Dat is echt een doorbraak, zoveel woonplekken in zo’n korte termijn. Ik was het al van plan, maar het gaf mensen met minder gevoel van urgentie een zetje in de goede richting. Opvang geeft een tijdelijke oplossing, maar lost structureel niets op. Het moet een draaischijf zijn naar een eigen woonplek. Daar komt bij: gemeenten zien in dat de anderhalve-meter-samenleving in de huidige opvang moeilijk te realiseren is. Ieder verdient een fatsoenlijke woonplek, dat is ook een blijk van naastenliefde.”

Veel gemeenschapszin en naastenliefde tijdens de coronacrisis. Hoe duurzaam zal dat zijn?
“Dat houdt mij bezig, en ik maak me er zorgen over. Als ik door mijn woonplaats Apeldoorn rijd, zie ik borden langs de weg: wees lief voor elkaar. Dan denk ik: geweldig! En tegelijk: hoe lang houden we dit vol?
Ik vrees dat iedereen na de crisis gewoon weer zijn eigen gang gaat, maar ik hoop het niet. Laten we elkaar oproepen om vast te houden aan de gemeenschapszin van tijdens de crisis. De overheid kan er weinig aan doen: je kunt liefde niet institutionaliseren, en naastenliefde ook niet. Corona doet de hele wereld schudden op zijn grondvesten en dwingt ons tot bezinning. Ik hoop dat mensen bewuster gaan leven, met meer aandacht voor elkaar, voor de schepping.”

Blokhuis vertrekt naar zijn volgende afspraak, een panel van daken thuisloze jongeren. Hij is een bewindsman die de mensen om wie zijn beleid gaat recht in de ogen wil zien. En dat mag weer, op anderhalve meter.

Dit artikel is gepubliceerd in Diaconiemagazine (oktober 2020), een speciale uitgave van Kerkmagazine.