De beste oplossing: kerk blijft kerk - Interview met directeur RCE

Susan Lammers, directeur RCE en Frank Strolenberg, programmaleider Toekomst Religieus Erfgoed | Foto: copyright Kerkmagazine

Tekst: Kees Posthumus | Beeld: Kerkmagazine

(Dit is de verkorte versie van het interview dat verscheen in Kerkmagazine, juni 2021.)

In een interview met Susan Lammers, algemeen directeur van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), geeft zij haar voorkeursrol voor kerkgebouwen aan: 'De aller-, allerbeste oplossing is wanneer de kerk in gebruik blijft als kerk'. Kerkmagazine sprak met haar en met Frank Strolenberg, programmaleider Toekomst Religieus Erfgoed bij de RCE.

Met welk woord is de betrokkenheid van de RCE bij monumentale kerkgebouwen in Nederland te treffen?
Lammers: 'Waardering, in brede zin: de schoonheid van het gebouw, het belang voor de samenleving en de cultuurhistorische waarde. Het waarderen van kerkgebouwen is een van onze activiteiten. Onze architectuurhistorici onderzoeken de cultuurhistorische waarde, bijvoorbeeld bij de aanwijzing tot monument of bij herbestemming.
Wij waarderen ook financieel. De belangrijkste subsidiestroom voor monumenten in Nederland is de Instandhoudingssubsidie Monumenten. Kerken vormen 4% van de rijksmonumenten, van de totale subsidie gaat 35-40% naar de kerken. Logisch, het zijn grote en  kostbare gebouwen.'
Strolenberg: 'De inzet die wij plegen op het religieus erfgoed vormt een afspiegeling van de Nederlandse samenleving, die trots is op haar kerken. Voor veel mensen is de kerk immers zoveel meer dan een gebouw. De waardering die de samenleving heeft voor kerken, zie je terug in ons werk.'

Hoe komen kerkbeheerders de rijksdienst tegen in de dagelijkse praktijk?
Strolenberg: 'Wanneer je in een rijksmonument grote ingrepen wilt doen, moet je bij de gemeente, het bevoegd gezag, een omgevingsvergunning aanvragen. De gemeente vraagt ons daarbij om advies, dat is onze wettelijke taak. Wat de gemeente ermee doet, is aan de gemeente. Die laat ook economische of toeristische argumenten een rol spelen.'
Lammers: 'Wat ik treurig vind, is wanneer het kerkgebouw noodgedwongen de deuren moet sluiten, terwijl elders aan het kerkplein een nieuw multifunctioneel centrum verrijst. Dat is een gemiste kans. Waarom de kerk niet herbestemmen met een sociale functie en, als dat kan, de gemeente of parochie daar hun diensten in laten houden?
RCE doet momenteel onderzoek naar wat het voor kerken betekent wanneer zij hun gebouw onderbrengen in een stichting en terughuren voor het houden van kerkdiensten. Ook hebben wij een herbestemmingssubsidie voor karakteristieke gebouwen, die geen monument zijn. Dat geld is bestemd om experts in te huren, die verschillende herbestemmingen of nevengebruik in beeld kunnen brengen. Het kan ook ingezet worden om met de gemeenschap na te denken over de toekomst van een kerkgebouw.' 

Herbestemming is voor veel kerkbesturen een heikel punt.
Strolenberg: 'Twee Vlaamse collega’s wezen mij erop dat onze aanpak van herbestemming typisch Hollands is: kerk er uit, functie er in. Jullie zien kerken als handelsvastgoed, zeiden zij, terwijl er zoveel meer speelt rond kerken. Zij noemden een kerk een ‘ruimte voor ontvankelijkheid’. Als je binnenstapt, ongeacht of je gelovig bent of niet, word je opgenomen in de ruimte, stap je in een andere dimensie. Je verliest het besef van tijd en plaats. Dat heeft een waarde in zichzelf, die je in andere gebouwen niet hebt. Het leidde ertoe dat wij nu samen met de Vlamingen de verschillende diepere betekenislagen van het kerkgebouw onderzoeken en de perspectieven die daaruit voortkomen.'

In kerkenvisies bespreken kerken en overheid samen de toekomst van kerkgebouwen. Hoe beoordeelt de RCE de resultaten tot nu toe?
Strolenberg: 'Niet minder dan 240 gemeenten deden een aanvraag. Dat is het overgrote deel van de Nederlandse gemeenten, ver boven verwachting, het geld is bijna op. Wij hadden voor 150 gemeenten 9,3 miljoen in kas. Nu is 9,2 miljoen uitgeven voor 240 gemeenten, waaronder veel kleinere gemeenten.
Lammers: 'De belangrijkste winst is dat overheid en kerken, en kerken onderling, elkaar hebben leren kennen. Door de ontzuiling en de ver doorgevoerde scheiding tussen kerk en staat waren overheid en kerken ver van elkaar af komen te staan. Soms was er daardoor in het begin een houding van afwachten, afstand en soms zelfs wantrouwen. Eenmaal samen aan tafel, ontstaat al snel wederzijds begrip.
Ambtenaren wijzen wij erop dat kerkbesturen grotendeels bestaan uit vrijwilligers, die niet direct het gebouw als focus hebben. Hun belang is om samen het geloof te vieren. Voorwaarde voor een gesprek over de toekomst is waardering, begrip en erkenning vanuit de overheid voor de twintig eeuwen geschiedenis, die de kerk heeft.'

Het volledige interview is te lezen in Kerkmagazine juni 2021.